07 Galgenveld

rew up ff
Galgeveld
7
Het Galgeveld
In 1876 fotografeerde Henri de Louw ‘het Galgeveld’ – een stukje Gouda, dat door zijn naam lugubere herinneringen oproept.
Het gaat om het deel van de Lage Gouwe tussen de Nieuwehaven – toentertijd nog een open gracht – en het Regentesseplantsoen. De straat heeft ook nu nog plaatselijk een wat breder pro­fiel, waarmee de gedachte aan een ‘veld’ levend wordt gehouden.
Over de vraag of er op die plek al dan niet een galg heeft gestaan, zijn de meningen verdeeld. Feit is, dat in de archiefstukken nergens expliciet staat vermeld, dat op deze plek mensen ter dood zijn gebracht, en dan ook nog aan de galg.
Vermoedens zijn er, dat aan dit deel van de Lage Gouwe een ‘geselpaal’ stond opgesteld, waarbij de stadsbeul, in vroeger tijden ook wel scherprechter genoemd, criminele Gouwenaars geselde en brandmerkte.
De Goudse historicus dr.A.Scheijgrond is wel overtuigd van het feit dat er echt een galg aan de Lage Gouwe heeft gestaan. Hij schrijft althans in zijn boek ‘Goudsche Straatnamen’ daarover het volgende: „Het deel van de Lage Gouwe tussen de Nieuwe Haven en het vereni­gingspunt met de vesten langs de Kattensingelgracht (thans: Regentessenplantsoen) werd in de 14de eeuw (1383) en ook nog tot in het begin van de 20ste eeuw de Corte Gouwe genoemd. Dit gedeelte stond ook bekend onder de namen ’t Gerecht en Galgeveld. Deze laatste naam wed nog officieel gebruikt in 1905. (Raadsverslag 24 februari 1905).
Op deze plaats stond vroeger ‘het gerecht’, de plaats waar galg en rad waren opgericht om de lichamen van de ter dood gebrachten in het publiek ten toon te stellen, tot deze overblijfse­len, naar de zede van de tijd, ‘waren vergaan of geconsumeert’. De eigenlijke executies ge­schiedden binnen de stad, voor het stadhuis of op een andere daarvoor aangewezen plaats. Toen de stad zich in de 15de eeuw in deze richting uitbreidde, verplaatste men het gerecht naar Schielands Hoge Zeedijk (1413). In 1448 was het Galgeveld reeds bebouwd, Het Galgeveld werd in het ‘Cohier van Lantaarn’ en Clapgeld van 1678 aangeduid als Gagelkamp. Dr.L.A.Kesper, eertijds archivaris der gemeente, merkte hierbij op, dat gagel volgens het Mid­delnederlands Woordenboek van Verwijs en Verdam een gewas was dat, in plaats van hop, wel bij de bierbourwerij werd gebruikt. Of er inderdaad aanleiding is verband te leggen tussen dit gewas en de straatnaam, is onwaarschijnlijk – omdat hier stellig sprake is van een verschrij­ving van de samensteller van het cohier, die in hetzelfde jaar in het Kohier der Verponding de naam Galgcamp gebruikt. Op de kaart van Johan Blaeu (1649) staat de naam Galghanck. In de ‘Quartieren der Clapwakers’ van 17 oktober 1758 wordt melding gemaakt van de ‘Lange Camp’, waarmee vermoedelijk ook het Galgeveld is bedoeld”.
Zoals gezegd, ooit werd het ophangen van Gouwenaars naar buiten de stad verplaatst. Daartoe werd een stuk grond uitgekozen op ’n uiterwaard langs de Schielands Hoge Zeedijk, tussen Gouda en Moordrecht. Toen het kanaal tussen de IJssel en de Gouwe werd gegraven, en daar-voor een deel van de dijk werd doorsneden, verdween die oude rechtplaats.
Andere historici delen de visie van Scheijgrond niet, en houden het op de versie dat het Galge­veld zijn naam ontleent aan de galich, via klankverschuiving veranderd in: gallich, gallug, galg. De galich werd gebruikt ter bescherming van de hopvelden. En hop is een grondstof die bij de bereiding van het bier noodzakelijk is. Gouda had niet voor niets in de middeleeuwen een grote naam als ‘bierstad’. Nog steeds is het Gouds Kuyt een bekende naam. Oudtijds heeft Gouda zelfs meer dan 300 bierbrouwerijen gehad. Maar dat was dus in de tijd, dat het vele water in en om Gouda nog drinkbaar was – en het milieu nog grotendeels ongerept.
Niettemin blijft het interessant om echt diepgaand archiefonderzoek te verrichten. Want de vraag of het Goudse stadsbestuur ooit mensen aan de galg heeft gehangen tussen Nieuwehaven en Regentesseplantsoen blijft een boeiend mysterie.
Uit de ‘moderne’ foto van dit stukje oud-Gouda blijkt overigens gelukkig dat de bebouwing – althans de bouwhoogte en parcellering – nog grotendeels intakt is en de vergelijking met het historisch voorbeeld best aan kan.
Als straks ook de brug nog wordt opgeknapt, is die nostalgische sfeer weer helemaal terug.