08 Kleiwegbrug met gedeelte

rew up ff
Kleiwegbrug
8
Kleiwegbrug met deel Kattensingel
Gouda werd in het jaar 1272 officieel stad, toen graaf Floris V stadsrechten verleende. Maar al ver voor dat tijdstip was er tussen Gouwe en IJssel al sprake van bewoning. Want in oude akten, die berusten in het Gouds gemeentearchief, wordt in de jaren 1139 en 1143 al gewag gemaakt van de nederzetting Bloemendaal. Daar beschikten de bewoners over een eigen kerk, en kerkhof. Die bewoningsplek wordt gezocht in de buurt van de kruising Bode­graafse Straatweg/Graaf Florisweg.
Geschiedschrijvers vermoeden dat in datzelfde tijdperk ook al in de tegenwoordige Goudse bin­nenstad sprake van bewoning was. Dat moet in de buurt van de Raam zijn geweest. Op oude kaarten blijkt dat naast de belangrijke waterwegen er twee belangrijke landwegen wa­ren, die in die 12de eeuw werden gebruikt: de Tiendeweg, die richting Haastrecht liep (de Kar­nemelksloot is daarvan nog een overblijfsel), en de Kleiweg (die zich voortzette via de huidige Ridder van Catsweg).
Bewoners van de ‘heerlijkheden’ Bloemendaal, Broek, Thuyl en ‘t Weegje, maar ook van dorpen als Reeuwijk en Waddinxveen, kwamen dus langs de Kleiweg de stad in. Die aanduiding dankt zijn ontstaan aan de letterlijke betekenis: de weg was een oude kleikade, en was dus uitstekend te gebruiken als verbinding voor voetgangers. De ouderdom van de naam is ook af te lezen aan het feit dat deze al in 1333 in oude akten wordt vermeld, al was de schrijfwijze toen nog Cleywech.
De kleistrook die langs de oostelijke oever van de Gouwe ontstond, liep oudtijds zelfs door tot aan de Gouwe. De polder Bloemendaal vaardigde nog in 1834 een keur uit, waaruit blijkt dat de Kleiweg liep van het Noordeinde van het Draafpad (later: Ridder van Catsweg) tot aan den brug bij den Ouden Baars – het huidige restaurant ‘t Baarsje.
Van belangrijke toegangsstraat tot Gouda, met woonhuizen, kerk en Oude Vrouwenhuis, ont­wikkelde de Kleiweg zich allengs tot de Goudse Kalverstraat: een aaneenschakeling van win­kels en warenhuizen, waarbij in de jaren vijftig de roomskatholieke kerk, ironisch genoeg, moest plaatsmaken voor een winkelcomplex.
De laatste woonhuizen stonden tot het begin van de jaren zestig schuin tegenover het Thaliatheater (ook al verdwenen…) op de plek waar nu de Rabobank staat. Op 31 mei 1965 kreeg het plein ten noorden van de Kleiwegbrug zijn huidige naam: ‘Kleiwegplein’.
De overlevering wil, dat oudtijds de Kleiweg ook de scheidslijn vormde tussen twee Goudse bin­nenstadsdialecten. De voormalige ziekenfondsbode A.P.M.Lafeber, die bij menig gezin aan de deur kwam om de premie op te halen, had daarvoor een feilloos oor en legde alle klankvarianten vast in een stevige studie, die later door oudheidkundige kring ‘Die Goude’ werd uitgegeven, en werd beloond met de zilveren anjer van het Prins Bernhardfonds.
Begaafde linguisten konden vroeger haarscherp aangeven of een Gouwenaar woonde in de buurt van de Wilhelminastraat, Raam of Korte Akkeren. En nog steeds zijn er heel oude Gouwenaars in leven, die het Gouds dialect beheersen – waarbij kenmerkend voor woorden met open klanken, zonder h, juist wel een h wordt toegevoegd. En waar de h wel staat, wordt deze weggelaten. Wie meer over deze fascinerende aspecten wil weten, wordt de inventarisatie van de heer Lafeber aanbevolen.
Tot in het begin van de jaren zestig was de Kleiweg nog in twee richtingen opengesteld voor gemotoriseerd verkeer. Later werd eenrichtingsverkeer ingesteld, en daarna viel het besluit om de Kleiweg in te richten tot voetgangerszone.
De oude foto van Henri de Louw uit 1876 brengt de Kleiwegsbrug in beeld, met oude draaibrug, waarbij het linkerlandhoofd de plek was waar oudtijds de Kleiwegs(stads)poort stond.
Het brugwachtershuisje, links op de foto, staat er nog steeds – al is de markante dakbekroning verdwenen. De uitspanning rechts, met de overdekte veranda, was café Vredebest, toen nog in volle glorie. Later is juist daar de doorbraak in de gesloten gevelwand gemaakt naar de straat, die nu dezelfde naam draagt.
Op de nieuwe foto is ook te zien hoe rechts de vroegere (verlengde) Kleiweg heeft plaats gemaakt voor een spoortunnel. Het slootje richting Tunnelflat werd gedempt, de oude bebouwing en de latere spoorwegovergang met roodwit geblokte spoorbomen: dat alles is voorgoed ver­dwenen.
De Kamer van Koophandel heeft recent het idee gelanceerd, om het fietsverkeer in beide richtingen in een fietstunneltje te combineren, zodat de autotunnel kan worden verbreed. Ook dat is een teken van de moderne tijd.