09 Het Jaagpad

rew up ff
Jaagpad
9
Jaagpad herinnert aan oude scheepvaart
Niet voor niets is Gouda ooit aan de samenvloeiing van Gouwe en IJssel ontstaan.
In vroeger tijden was het scheepvaartverkeer de belangrijkste wijze voor transport van mensen en goederen. Pas veel later nam het wegvervoer die taak in belangrijke mate over.
De scheepvaart dwars door Gouda – via de grachten van Haven en Gouwe – en later via de Singels, bracht bloei en groei in Gouda.
Toen in de jaren dertig van de twintigste eeuw de Julianasluizen werden gebouwd, waardoor de schepen buiten de stad om vanaf de IJssel naar de Gouwe konden varen, verloor Gouda z’n nautische karakter grotendeels.
Op sommige plekken herinnert de straatnaam echter nog nadrukkelijk aan de oude scheepvaart langs en door Gouda. Dat is bijvoorbeeld het geval tegenover de Kattensingel, waar het Jaagpad ligt. Die straatnaam werd al in 1722 in de Goudse archiefstukken genoemd. Het Jaagpad vormt de verbinding tus­sen Nieuwe Gouwe W.Z. en de Ambachtsstraat, en ligt nabij de Kromme Gouwe Oost. Het Goudse Jaagpad maakte vroeger overigens onderdeel uit van een veel uitgestrekter sys­teem van jaagpaden, dat naar Amsterdam voerde en in de 17de eeuw op kosten van de stad werd gerealiseerd.
De naam herinnert dus aan het feit dat oudtijds de schepen, die waren voorzien van zeilen en deze in of bij de stad niet konden gebruiken, moesten worden ‘gejaagd’.
Ook waren er andersoortige vaartuigen die werden voortgeboomd- waarbij dus de schipper een boom gebruikte.
Het ‘jagen’ was een aanduiding voor de wijze van aandrijving van schepen, die met behulp van een paard, of zelfs men menskracht werden voortgetrokken.
Dat zware werk werd niet alleen door mannen uitgeoefend. In de oude archieven zijn talloze verhalen bewaard gebleven, waaruit bleek dat vrouwen – en soms zelfs kinderen – dit inspan­nende karwei moeten verrichten.
Het paard liep in een tuig op een smal pad, langs het vaarwater, en trok op die wijze het vaartuig door het water.
Vanzelfsprekend was het dan nodig dat het jaagpad dicht langs het vaarwater lag, en niet al te breed was. Het profiel van het Goudse Jaadpad roept dat beeld nog aardig op: Een smalle weg, langs het water van de Kromme Gouwe.
Ook de bebouwing langs het Jaagpad roept reminiscenties op aan die tijd van weleer. De lage bebouwing biedt een gezellige variatie in gevelvormen – zoals hals, tuit- en trapgevels. Weinig Gouwenaars weten overigens dat het Jaapad tot 1898 begon aan de Kattensingel, dus naast het gebouw van stoomwasserij en -blekerij ‘de Drie Noteboomen’.
In dat jaar hield echter die oude situatie op te bestaan, toen de Nieuwe Gouwe – ofwel: ‘Nieuwe Vaart’ – werd gegraven. Dat gebeurde in de periode 1898-1903, toen in de polder Bloemendaal een zogeheten ‘coupure’ ofwel bochtafsnijding van de Kromme Gouwe werd uitgevoerd. Natuurlijk was er ook voor die tijd al een scheepvaartverbinding tussen Gouda en Boskoop. Maar schepen voeren toen vanuit de Kattensingel via de Kromme Gouwe richting Alphen a.d. Rijn.
De oude foto van Jacobus Hendricus de Louw dateert van 1876. De vier antieke huisjes van toen zijn ook hedentendage nog te herkennen.
De vier nog bestaande halsgeveltjes staan op de oude foto links. Het pand rechts daarvan is een oude paardenstal, die niet lang geleden tot sfeervol woonhuis werd verbouwd. De volgende drie huizen zijn sterk van uiterlijk veranderd en gerestaureerd. De rest van de be­bouwing is tussen 1896 en 1903 gesloopt. Ook het laatste gebouw op de oude foto, wasserij ‘de Drie Noteboomen’, is gesloopt – al gebeurde dat nog niet al te lang geleden. Op de moderne foto geeft de hoge bebouwing het karakter van onze tijd treffend weer. De oude bedrijfsgebouwen van aardewerk- en pijpenfabriek Goedewaagen zijn opgevolgd door eigen­tijdse maisonnettebouw. Slechts de straatnaam ‘Pijpenpad’ houdt dat stukje historie in ere.