10 De scheve molen aan de Vest

rew up ff
Scheve molen
10
‘De Korenblom’ – ooit bekend als ‘scheve molen’
Molen ‘de Korenblom’ aan de Verlorenkost stond ooit bekend als ‘de scheve molen’.
Dat was in 1876, toen fotograaf Jacobus Hendricus de Louw een sfeervolle opname maakte van dit markante Goudse bouwsel.
Op die oude foto is ook duidelijk te zien hoezeer de molen uit het lood stond. Menig schipper vond die molen een baken. ‘We meren af bij de scheve molen’, werd vaak gezegd, zonder dat de echte naam bekend was.
‘De Korenblom’ stond dus vroeger aan de Verlorenkost, waar deze nu een hoek maakt met de Vest. Om aan te geven hoe voorheen plaatsaanduidingen wel werden gedaan: Molen ‘de Korenblom’ was gebouwd aan de noordzijde van de Kloveniersdoelen, nabij de zogenaamde Sluistoren.
Deze Sluistoren stond, volgens de archieven’ recht tegenover het Sluisje aan het Moordrechts Verlaat, achter het Nonnenconvent’. De ‘Korenmolen’ was een zogeheten bovenkruier, van steen en met een houten kap, en werd gebouwd, zoals een nog overgebleven gevelsteen vermeldt, door Dirk en Ary Negendusent. Dat was in het jaar 1751.
Molen ‘de Korenblom’ aan de Verlorenkost kwam op de plaats van een ongetijfeld kleinere mo­len, die voor het eerst in 1591 wordt genoemd. Deze molen wordt in het gemeentelijk register een ‘rosmolen’ genoemd. Het maalwerk van dit soort molens werd door een paard (ofwel: ros) in beweging gehouden, zodat, wanneer er geen wind, was, er toch kon worden gemalen.
De ‘Korenblom’ was destijds hoofdzakelijk in gebruik als graanmolen. Koren, rijst, gort – alles werd een fijn soort meel tussen de machtige stenen.
Maar er werd ook lood gemalen en tras gestampt. Tras was met kalk gemalen tufsteen en vormde een goede metselspecie.
De molen moet van een flink formaat zijn geweest. Te groot waarschijnlijk voor één molenaar. De meeste stenen korenmolens werden in het midden van de achttiende eeuw gebouwd en wa­ren vaak bezit van twee molenaars.
Oude interieurschetsen van de molens wijzen vaak op bewoning door twee gezinnen. Overi­gens vallen vaak ook de twee toegangsdeuren op, die ervoor zorgen dat boerenwagens zo de molen in konden rijden. Zodoende kon men dan met het zogeheten luiwerk de zakken graan tot boven in de molen hijsen. De plaatsaanduiding van de vroegere bouwplaats van ‘de Korenblom’, ‘ aen de Stadsveste, agter het Regulerenconvent ‘. verdient toelichting.
Op die plek, tussen de Raam en de Vest, was toen namelijk een klooster (ofwel: convent) ge­vestigd, waar de regulieren van Stein (een buurtschap van Haastrecht) woonden. Ook de be­faamde humanist Desiderius Erasmus heeft daar nog onderdak gehad.
De plek van de molen was in vroeger tijden bij de bouw vanzelfsprekend goed gekozen. Im­mers, de stad strekte zich uit tot aan de vesten (stadswallen). Een molen op die Vest gebouwd ving veel wind – waarbij de wind niet werd belemmerd door omringende bebouwing. Op oude landkaarten (bij voorbeeld die van Braun en Hoogenberg, van Guicciardini of Blaeu) blijkt dat Gouda op (of nabij) de stadswallen een flink aantal molens had staan. Dat gold bijvoorbeeld voor de oude molen op de plek van de voormalige bioscoop ‘Thalia’, op de kop van de Kleiweg.
Zoals het woord al zegt, bestonden de Goudse wallen destijds voor het grootste deel uit (aangestampte) aarde. Slechts op sommige punten stonden er stenen muren. Dat was bijvoorbeeld het geval nabij het Bolwerk en nabij het Tolhuis.
De ‘Korenblom’ bestaat al geruime tijd niet meer. Rond 1910 heeft de molen voor het laatst gedraaid. De wieken zijn er rond 1920 afgenomen. De danig verzakte molen – vandaar de naam ‘scheve molen’ – was vervolgens nog enige jaren in gebruik als graanpakhuis. Toen de romp in 1949 ’s avonds afbrandde – een brand, waarvan honderden Gouwenaars ge­tuige waren – besloot men het geheel verder te slopen.
De steen, die overigens geen spoor meer toont van de vroeger veelkleurige beschildering, werd in1954 op zijn huidige plaats ingemetseld: Een pand, dat is gebouwd op de plek waar vroeger de ‘Korenblom’ aan de Verlorenkost stond. Die gevelsteen werd in 1954 herplaatst.