15 Hooikade met bogen

rew up ff
Hooikade
15

Hooikade en Bogen

Een nostalgisch beeld van oude Goude bebouwing aan de rand van een markate singel: Dat is het resultaat van de inspanningen van fotograaf Henri de Louw, die in 1881 dit bijzonder pitto­reske stukje Gouda op de gevoelige plaat vastlegde.
De fotograaf schreef in keurig schuin schrift ‘Hooikade en Bogen’ boven zijn photografie. En daarmee gaf hij aan dat ’s zomers juist op deze kade veel hooischepen werden gelost. Oude Gouwenaars kennen die naam Hooimarkt of Hooikade nog wel.
De naam ‘Bogen’ is van veel order datum, en komt zelfs a! in 1482 in de Goudse archiefstukken voor.
De aanduiding Bogen slaat op het feit dat hier vroeger walmuren stonden. De zogeheten weergang rustte op gemetselde stenen bogen. Een weergang was het plateau achter de kantelen van de muur. Daarop stonden oudtijds de soldaten bij het verdedigen van de stad. Die bogen boden vroeger een zekere bescherming, ook gelijkvloers. Daarom verpachtte de kerk ze in 1482 voor vijf stuivers per boog.
Opvallend element op de oude foto is het feit, dat aan de waterkant drie grote witte tonnen staan. Dat waren tonnen met drinkwater voor de (arme) Gouwenaars.
Het ooit zo zuivere slootwater was namelijk in de loop der tijden – ook al door de industrialisering – vuil geworden, en dus ongeschikt voor consumptie. En de waterleiding werd pas in 1883 in Gouda aangelegd.
Het feit dat tevoren menig Gouwenaar toch gebruik maakte van onrein water, maakte dat er veel ziekten binnen de singels heerste. De Goudse arts Büchner heeft in woord en geschrift felle strijd gevoerd om waterleiding in Gouda te krijgen. Uiteindelijk boekte hij succes, en konden de tonnen – zoals aan de Bogen – uit het stadsbeeld verdwijnen.
De gracht, of beter: singel – is genoemd naar de brandstof turf. Daarvan was Gouda vroeger een grote afnemer. De turf werd gestoken (afgegraven) in de polders rond Gouda – waardoor onder meer de Reeuwijkse Plassen (en vele andere plassen) zijn ontstaan. Het was een puike brandstof voor de vele bierbrouwers en aardewerkfabrieken, die Gouda oudtijds telde.
Op de oude foto is rechts een oude smederij te zien, en links de Barbaratoren, die nu nog steeds het Goudse stadsbeeld siert.
Tussen Raam en Vest stond vroeger een klooster, dat van de Brigittinessen. Die naam verwees naar de H.Brigitta van Zweden, die meer dan 20 jaar in Rome leefde en in 1373 daar stierf. Het Goudse klooster aan de Vest droeg de naam ‘Mariënsterre’ – wellicht een combinatie van Maria en de sterren uit het Goude stadswapen. Dat Goudse klooster daterde van 1477.
Het werd gesticht dankzij de inspanningen van een groep Goudse weldoeners, die werden aangeduid als ‘meesters der Brigitten’. Ze kochten diverse panden in de Koningstraat ofwel Raam, en legden daarmee de basis voor het complex.
Uit overlevering is bekend dat het Brigittinessen-klooster in Gouda was bevolkt met vrouwen, die een tamelijk geëmancipeerd leven leidden. Moeder Overste schreef boeken, en haar medezusters hielden zich bezig met het bakken van hosties en herstellen van misgewaden. Voorts is een prent bekend met een voorstelling van de H.Brigitta, waarop de tekst ‘huut der Goude’ voorkomt. Wellicht waren de zusters aan de Raam dus al actief in een eigen drukkerij.
De nieuwe foto laat dit stukje Gouda zien in moderne vorm. Het pleintje is nog hetzelfde, de Barbaratoren is eveneens nog markant aanwezig. De neogotische Gouwekerk van Johan Maasbach beheerst het beeld.
Rechts zijn de moderne blokkendozen gebouwd, die de cultuurbijdrage van de architecten der neotruttigheid vormen: fantasieloze bouwsels, gebaseerd op maximalisering van ruimte en mi­nimalisering van fantasie. De vraag of ze, net als de Barbaratoren, het ook nog vijf eeuwen zul­len uithouden, lijkt ontkennend te moeten worden beantwoord.