16 Haven Oostzijde

rew up ff
De Haven
16

De Haven, oostzijde

De St.Jansbrug vormt het einde van Oost- en Westhaven op de foto, die in 1881 door Jacobus Hendricus de Louw werd gemaakt van de oostzijde van de Haven.
Weliswaar is hij aan de einder nauwelijks te zien. Maar toch ligt daar de markante vaste brug over de Haven, nabij de Donkere Sluis en de Dubbele Buurt.
Al vanaf het prilste ontstaan van Gouda lag op deze plek een brug. Dat is goed te zien op de oude stadsplattegrond van Braun en Hogenberg, die in het laatste kwart van de 16e eeuw werd gedrukt.
In 1662 werd dat oude bruggetje vervangen door een ophaalbrug, die het ruim twee eeuwen uithield. In 1850 kwam er een nieuwe, die nauwelijks twintig jaar later al weer werd vervangen door een ‘moderne’ ijzeren brug.
Het ging toen om een halvedraaibrug, die was vervaardigd bij ijzergieterij ‘de Prins van Oranje’ in Den Haag. (De brug tussen Hoge en Lage Gouwe, tegenover de Turfmarkt, is van dezelfde fabriek). ‘De Prins van Oranje’ leverde kennelijk degelijk materiaal. Want pas in 1930 was het tijd om de draaibrug te vervangen door een vaste brug, die er nog steeds ligt. De naam is duidelijk – hij ligt vlakbij de Sint Janskerk. Maar oude Gouwenaars noemen hem nog wel eens ‘de Sluisbrug’, als herinnering aan vroeger tijden en aan de nabijgelegen Donkere Sluis.
Vanzelfsprekend is achter de brug nog niet het huidige Art Deco-achtige pand van de gokhal te zien, dat nu het stadsbeeld ter plaatse beheerst. Dat complex – voorafgegaan door magazijn ‘de Zon’ en later door het warenhuisfiliaal van V&D – werd pas vele jaren nadien gebouwd. Op de oude foto wordt de blik nog gevangen door de achterzijde van het pand van C. van Dillen &Zoon aan de Wijdstraat – waarin tot voor kort juwelier Bouter was gevestigd, bekend door zijn markante en deels zelfontworpen en vervaardigde sieraden.
Fotograaf Henri de Louw noemt zijn foto een ‘blik op de oostzijde’ van de Haven. Die staat rechts op zijn kiek; links staat de Westhaven afgebeeld.
De straatnaam ‘Westhaven’ is een afgeleid van de westside van der Haventi – een term, die al in 1341 wordt genoemd in de Regestenlijst van het Gasthuis-archief. De straatnaam ‘Oosthaven’ wordt in het jaar 1338 als ‘ van der Havenen’ vermeld, in de Regestenlijst van het Weeshui­sarchief. Pas in het midden van de 18e eeuw kwamen de afzonderlijke aanduidingen Oost- en Westhaven in zwang.
Aardig gegeven is dat rechts op de foto, even voor de St.Jansbrug, aan de Oosthaven vroeger een heuse havenkraan stond. Die kraan – een eenvoudige hijskraan – was eigendom van de gemeente en werd gebruikt bij het lossen en laden van de schepen, die in de Haven lagen afge­meerd.
Wel moest er voor het gebruik van die kraan worden betaald. De gemeente schoof dat geld echter invoelend door naar het nabijgelegen ‘Catharina Gasthuis’ – een gasthuis, waar passan­ten tijdelijk huisvesting konden vinden. Later werd de zorg uitgebreid naar opvang van armen en zieken.
Rechts op de oude foto springt de bekroning van de St.Janstoren in ’t oog, die boven het fraaie zware geboomte uitsteekt.
Diezelfde torenappel werd op donderdag 30 mei 1793, ’s morgens om acht uur, tijdens een hevig onweer door de bliksem getroffen.
Dankzij kordaat optreden van twee Gouwenaars – Aart Prince en Willem van Wijk – werd echter erger voorkomen.
Het wakkere tweetal waagde zich namelijk op de torenappel, en wist zodoende uitbreiding van de brand weten te voorkomen.
Weliswaar werden de waaghalzen geholpen door een groot aantal onmiddellijk uitgerukte Gou­wenaars, die vanaf de begane grond met brandblusmiddelen aan de gang gingen. Maar juist dankzij het feit dat Prince en Van Wijk op hoog niveau hun leven waagden, bleef de St.Jan voor een nieuwe verwoestende brand gespaard.
Op voordracht van burgemeester en wethouders werden de twee beloond. Ze werden op het stadhuis ontboden en kregen ieder gedurende hun gehele verdere leven een pensioen van honderd gulden per jaar uitgekeerd – een voor die tijd zeer beduidend bedrag.