19 De Haven

rew up ff
De Haven 3
19

De Haven

De Haven – hedentendage aangeduid met Oost- en Westhaven – ontleent haar naam aan het feit, dat de scheepvaart van de IJssel in vroeger tijden deze gegraven verbinding passeerde, op weg naar de IJssel. Dat was toentertijd de kortste verbinding over water van Rotterdam naar Amsterdam.
Gouda voer daar wel bij. Weliswaar eiste Graaf Floris V dat de schippers tol betaalden, en zijn kas spekten. Maar omdat de scheepvaartweg van Veerstal tot Bolwerk vrij lang was, en er diverse malen via sluizen moest worden geschut, bleven de schepelingen lang in de stad – en deden zij in de stad hun inkopen.
Overigens: de straatnaam ‘Van der Havenen’ is erg oud- en duikt al in 1338 op in de regestenlijst van het Weeshuisarchief. Drie jaar eerder, in 1335, wordt in de registerlijst van het St.Jans- archief al gerept van een huis’ tussen de Haven en die Goude’.
Het oudste onderdeel van het tolhuiscomplex, zoals wij dat nu kennen, is het lage bakstenen gebouwtje aan de dijk. Dat is de 17-de eeuwse dienstwoning van de sluiswachter aan de Veerstal.
Wie hedentendage via de Veerstal het tolhuis passeert, ziet aan de havenkant nog het sluiswerk, dat nog steeds aanwezig is. Het heeft geen functie meer, gezien het feit dat in 1954 tus­sen Veerstal en Nieuwe Veerstal een overkluizing is gemaakt voor het wegverkeer. (Onder de weg loopt nu nog slechts een simpel duikersluisje).
De Havensluis heette oudtijds ook wel IJsselhavensluis. Gouda bouwde in 1615 de Havensluis als keersluis. Het waterstaatkundig werk was bedoeld om het dichtslibben van de Haven te voorkomen.
De schutkolk reikt van de Havensluis, naast het Tolhuis, tot aan de Donkere Sluis – nabij Het Buurtje. Op die wijze was er vroeger een schutkolk van maar liefst 400 meter lang ter beschikking. Vanaf de Donkere Sluis, richting Gouwe, volgde daarna de keersluis aan het Amsterdamse Veer – tussen Hoge en Lage Gouwe. Daar legden vroeger de beurtvaartschepen naar Amsterdam aan. De kolk van Donkere Sluis naar Amsterdamse Veer meet 382 meter.
Fotograaf Henri de Louw stond in 1881 op de Noodgodsbrug en legde vanaf dat punt de Haven met Tolhuis en Havensluis vast op de gevoelige plaat. In die tijd was er dus nog sprake van een drukke scheepvaart door de Haven – bestaande uit vrachtvaarders en vissersscheepjes. De Louw biedt, met zijn foto, via de Haven uitzicht op de Hollandsche IJssel – levensader van Gouda. De vroegste vermelding van de naam IJssel – in dit verband: Isla – dateert van het jaar 860. Daarbij werd de naam Isla gemeld als oorspronkelijke zij-arm van de Lek, die in 1291 bij Vreeswijk werd afgedamd. In de 11de en 12de eeuw werden er langs de IJssel dijken aange­legd, om overstroming te voorkomen.
Op Henri de Louw’s foto van de Haven staat ook de Uiterste Brug afgebeeld. De ‘ Uytterste brugge’ ontleent haar naam aan de ligging: de laatste oeververbinding, richting IJssel. Al in het Vroedschapsregister van 1532 wordt gesproken van de uiterste brug. Maar in 1820, in het Kamerboek, wordt het bouwsel merkwaardig genoeg aangeduid als ‘Utrechtse brug’. In vroeger tijden was er ter plaatse sprake van een hoge toogbrug. Maar in 1633 werd deze vervangen door een ophaalbrug. Ruim vijftig jaar later, in 1687, besloot het stadsbestuur de bouwvallige brug te vervangen door een nieuwe. Het oorspronkelijke plan ging uit van een brug met ‘opspringende deuren’, maar uiteindelijk kwam er toch een ophaalbrug.
Een kleine twee eeuwen later, in 1845, werd die ophaalbrug verwijderd en moest deze plaatsmaken voor een draaibrug. De toen ontstane toestand heeft slechts kort geduurd. In 1879-1880 werd aan de Haven een ijzeren basculebrug met twee kleppen geïnstalleerd. De brug werd vervaardigd bij de befaamde ijzergieterij ‘de Prins van Oranje’ in Den Haag. De twee gelijke brugdelen, die onafhankelijk van elkaar kunnen worden bewogen, werden in 1975 tot één constructie samengevoegd.
Opvallend gegeven is dat de ‘uiterste brug’ rust op fraaie neo-Griekse zuilen, die gelukkig nog steeds de tand des tijds en het klotsende water hebben doorstaan.