20 De Waag met hotel de Zalm

rew up ff
Waag
20

De Waag met hotel ‘de Zalm’

Na het stadhuis vormen De Waag en hotel ‘de Zalm’ de belangrijkste monumenten van de Markt. Het Waaggebouw – een streng classicistisch vormgegeven gebouw van de hand van de bekende architect Pieter Post – is vrijstaand.
Dat is niet toevallig. Want in vroeger tijden was de bebouwing langs dit deel van de Markt – toen­tertijd met ‘Regenboog’ aangeduid – gesloten. Speciaal voor de bouw van de Waag werden diverse panden afgebroken, en werd in 1668, aan weerszijden van het toen gloednieuwe Waag, een straatje gecreëerd.
Het stadsbestuur hechtte daar veel waarde aan. Immers, een Waag vormde toen een visitekaartje van de stad. Hoe imponerender dit instituut, hoe welvarender de stad bij de bezoekers overkwam.
Het stadsbestuur ging zelfs zó ver, dat aan de belendende percelen strenge (hoogte)eisen wer­den gesteld. Ze mochten niet naar believen worden opgetrokken. Vandaar dat de eigenaar van ‘de Zalm’, die verbouwingsplannen had, kreeg te maken met het stedelijk verbod om hoger dan de Waag te bouwen.
De Zalm-eigenaar kon die dwingende voorschriften maar moeilijk verkroppen. Vandaar het feit dat hij in zijn gevelsteen de tekst liet beitelen: ‘Niet te hooch, niet te laegh, van passe. Anno 1670’.
Hèt leveren van een juist gewicht, was in de 17de eeuw een zorg van het gemeentebestuur. Het publiek moest erop kunnen vertrouwen, dat men niet werd bedrogen. Vandaar het instituut van ‘de Waag’, waar beëdigde waagmeesters garant stonden voor fraude-vrije gewichtsbepa­lingen.
Vanzelfsprekend moest daarvoor worden betaald. De revenuën van de Waag vloeiden in de stadskas, en vormden een welkomen bron van inkomsten. Dat gold trouwens ook voor het vlees- of wanthuis, tot zeer lang in de Burgerhal van het stadhuis gevestigd.
Pieter Post was in zijn jaren een befaamd bouwmeester. Zijn naam stond borg voor een goed en imponerend bouwplan. Zijn meesterhand is nog te herkennen in de bouwplannen voor de Leidse Waag en het Haagse Mauritshuis.
Hotel ‘de Zalm’ heette oudtijds ‘de Oude Salm’ en ook wel ‘de Vergulde Salm’. De nering dateert van circa 450 jaar terug. Het ging toen om een herberg, waar vermoeide gasten overnachtten, als bij ‘de Zalm’ de postkoets stopte om verse paarden in te spannen. Het voormalige pan­nekoekenhuis is nog steeds herkenbaar als stalruimte.
Of ‘de Zalm’ nu echt het alleroudste hotel van Nederland is, kan moeilijk worden vastgesteld. De Campveerse Toren in Veere (anno 1348) en De Draak in Bergen op Zoom (anno 1391) clai­men ook die fraaie titel.            _
Feit is wel dat ‘de Zalm’ al die eeuwen onafgebroken als hotel in gebruik is geweest, al gingen de deuren in de jaren zeventig en tachtig van onze eeuw diverse malen langdurig op slot, om-dat de eigenaar er geen heil meer in zag.
De huidige eigenaar – de Zeister horeca-ondernemer Woo Chi Man – heeft architect Bob van Beek uit Warmond een bouwplan laten opstellen, dat ‘de Zalm’ een nieuwe toekomst moet ga­randeren. Het markante gebouw wordt dan weer in gebruik genomen als restaurant/pannekoe­kenhuis, annex appartementen-complex. Als klein hotel is het niet langer economisch exploita­bel.

Het was ene Claes Meeuwszoon, die in 1551 de helft van een huis kocht aan de Regenboogh, naest die Waeghe. Het ging toen nog om de oude Waag, dat onderdeel uitmaakte van de geslo­ten gevelrij. Een Goudse historicus heeft eens nagezocht dat ‘de Zalm’ toen nog een lang en smal gebouw was, met alleen aan de Marktzijde een ingang.
‘De Zalm’ was toen ook nog kleiner. Want de voormalige bodéga, rechts van de hoofdingang, was nog een gewoon woonhuis en werd pas later bij het horecacomplex gevoegd.
Eigenaar Anthony Witbols, die ‘de Zalm’ bestierde in de tijd dat de Waag al vrijstaand was ge-worden, realiseerde een achteringang. Hij is de man die ‘de Zalm’ fors uitbreidde en vergrootte, en de wat cynische tekst in de gevelsteen liet hakken.
Eigenaar Pieter Goorissen sloeg in 1794 een wat cultureler richting in. Hij richtte zich tot het stadsbestuur – dat in Napoleon’s tijd met Comité Civil werd aangeduid – en vroeg toestemming om in zijn koffiehuis een leesgezelschap te mogen oprichten.
Nu wil het feit dat dergelijke leesgezelschappen rond de Franse revolutie een dekmantel vormden voor politieke activiteiten. Vandaar het feit dat het stadsbestuur zich eerst wat afhoudend opstelde. maar Goorissen toonde het huisreglement en de ledenlijst. En vervolgens kreeg hij alsnog toestemming voor zijn initiatief.
Later bracht diezelfde Goorissen het nog tot commissaris van het postverkeer van Amster­dam/Antwerpen vv – een functie die verband hield met de stopplaats van de postkoetsen. Voor de vele oude Gouwenaars zijn de namen Van Heuveln, Nix en Baarda nog bekend – ook zij waren ooit eigenaar van het legendarische ‘Zalm’-complex, en ontleenden aan dat eigenaarschap een bijzondere Goudse status. Of die eer ook ooit voor de heer Woo Chi Man zal zijn weggelegd, zal de historie moeten uitwijzen.