25 De Vischmarkt

rew up ff
Vischmarkt
25

De Vischmarkt

Wie vandaag de dag spreekt over de Vismarkt, denkt al gauw aan de straat Achter de Vismarkt – de verbinding tussen Lage Gouwe en Naaierstraat.
Maar oude Gouwenaars mogen nog graag het stuk van de Lage Gouwe tussen Wijdstraat en Vissteeg als zodanig aanduiden.
Die oude en vrijwel in onbruik geraakte naam Vischmarkt, liefst met sch gespeld, houdt verband met de aanwezigheid van de visbank ter plaatse.
Want langs de Gouwegracht, ter zijde van de Lage en Hoge Gouwe, staan twee markante zuilen-galerijen, die het stadsbeeld zo’n bijzondere charme verlenen.
Aan de Lage Gouwe gaat het om de visbank, aan de Hoge Gouwe om de korenmarkt – al is het in dat tweede geval meer naam dat daad. Ze dateren in zijn huidige – overdekte – vorm uit de 17de eeuw.
Daarbij gaat het om twee rijen van negen kolommen, gesierd met spitsdak. De kolommen hebben een eenvoudig lijstkapiteel en vierkant basement. De daklijst is met triglyphen (driehoikige motieven) versierd.
Ook andere delen van de Lage Gouwe hadden in vroeger tijden een speciale en eigen naam. Na de Vis(ch)markt werd het straatdeel tussen Vissteeg en Achter de Vismarkt aangeduid met Jan van der Goude’s erf. Het deel tussen Lange Groenendaal en Turfmarkt droeg als aandui­ding Amsterdamsche of Leidsche Veer (vanwege de aanlegplaats van de beurtvaartschepen bij ‘t sluisje). En de Lage Gouwe tussen Nieuwehaven en Regentesseplantsoen kreeg de lugu­bere naam Galgeveld – omdat uit overlevering hier de stadsgalg gestaan zou hebben. (Dat laat­ste is uit historisch onderzoek overigens nooit onomstotelijk vastgesteld. Wel staat officieel vast dat in de veertiende eeuw tussen de Raam en de Keizerstraat terechtstellingen plaats hadden. Dat gebeurde op een plek, die met ‘de Oude Hal’ werd aangeduid. Als gruwelijke vorm van af­schrikking werden de lijken vervolgens naar het Galgeveld gebracht – waar ze ten toon werden gesteld).
Tegen de Visbank-galerij stond vroeger, en staat ook hedentendage nog, een klein huisje. Het zogeheten commissarishuisje was destijd bestemd voor de keurmeesters, door gewone Gou­wenaars ook wel ‘visvinders’ genoemd. Zij waren belast met de keuring van de zoet- en zoutwa­tervis. (Nu kan men in het huisje handgemaakte keramiek pijpen bewonderen).
De visverkopers hadden in die dagen een keurige afspraak. Aan de Lage Gouwe stonden de visverkopers uit Gouda. Aan de overkant, dus onder de ‘korenbeurs’, stonden de verkopers van buiten Gouda; vandaar ook de in zwang zijnde aanduiding ‘vreemde vismarkt’. Tot circa 1850 werden beide visbanken door een houten loopbrug verbonden, die – geheel in stijl – de Vis- of Aalbrug werd genoemd. Een stukje verder, tegenover de Keizerstraat, lag toen ook nog een bruggetje. Dat was de Langebrug, die in de 18de eeuw werd afgebroken. Naar schatting 25 jaar geleden werd een plan uit de kast gehaald, om wederom op die plek een brug te realiseren – als handreiking aan de vele fietsers in de binnenstad. Zoals met zovele verkeersplannen, is het van uitvoering nooit gekomen.
De Visbank en de Korenbeurs werden eerst rond 1910, en vervolgens in het begin van de jaren vijftig gerestaureerd. Dat gebeurde toen de walkanten van de Gouwe werden opgeknapt, en oude ‘kippebrug’ door de nieuwe Hoornbrug werd vervangen.
Tot een halve eeuw geleden waren de visbanken nog voor hun oorspronkelijke doel in gebruik. Oude Gouwenaars kunnen zich nog wel herinneren dat stadsomroeper Wortman door de stra­ten trok, om luidkeels kond te doen van het feit dat er op een bepaald uur ‘vis op de afslag’ zou zijn. Vaak was dat op vrijdag. Want vrijdag was bij uitstek visdag – hetgeen samenhing met de gewoonte van katholieken, om die dag geen vlees maar vis te eten.
Die vis werd dan op handkarren aangevoerd in ovale platte manden. De inhoud werd bij afslag verkocht. De afslager begon met een hoog bedrag, en ging met zijn prijzen steeds lager. Wilde een venter of vishandelaar zo’n partij hebben, dan diende hij ‘mijn’ te roepen. Na de vishande­laren was het dan de beurt aan de gewone Gouwenaars, die ook op de Visbank aan de Lage Gouwe hun slag konden slaan.