26 De Gouwe

rew up ff
De Gouwe
26

De Gouwe

Al in het begin van de 14de eeuw, in het jaar 1335 om precies te zijn, wordt de Gouwe in de Gouds archiefstukken genoemd. Het gaat daarbij om de gracht, die in het verlengde van de Haven richting Bolwerk stroomt.
In het verleden waren voor de Gouwe verschillende namen in omloop. Ten eerste de Hoge en Lage Gouwe – waarmee het hoogteverschil van de straten werd aangeduid. (Later, bij raads­besluit van 30 september 1968, werden die namen uit de volksmond tot officiële straatnamen verheven).
Voorts heette de Hoge Gouwe ook wel eens West-Gouwe, waarbij het ging om het gedeelte van de Westhaven tot aan de Pottersbrug. Een kleiner deel – van de Westhaven tot de Pe­perstraat – werd in de 16de eeuw ook ‘de nieuwe straat’ of ‘de korte Gouwe’ genoemd. Het stukje Hoge Gouwe tussen Keizerstraat en Aaltje Bakstraat staat in het Grafboek van de St.Jans­kerk in het jaar 1648 aangeduid als ‘Vranckenham’. Het is niet duidelijk waarop deze oude naam sloeg, die later in onbruik is geraakt.
De huidige Lage Gouwe werd oudtijds ook aangeduid als ‘Zuid-Gouwe’ of ‘Oostgouwe’. Het stuk tussen Nieuwehaven en Kattensingel kreeg ook als naam ’t Gerecht of Galgeveld als naam mee.
Tot 1954 was de Gouwe een belangrijk vaarwater voor Gouda. Immers, wie via de IJssel vanuit Rotterdam naar Amsterdam wilde, moest lange tijd verplicht dwars door de stad varen. Passa­ge via de Mallegatsluis en de Turfsingel was slechts weggelegd voor speciale schepen. En de moderne Julianasluizen werden pas kort voor de oorlog in gebruik genomen.
Het jaar 1954 maakte een einde aan de mogelijkheid om dwars door de stad te varen. Toen was inmiddels de Veerstal met de Nieuwe Veerstal verbonden via een doorlopende weg. De waterverbinding tussen Haven en IJssel bestond toen slechts nog uit een lage duiker – on­neembare barriëre voor zelfs de laagste kano. (Om verwarring te voorkomen spreken vele ple­ziervaarders over de ‘binnen’-Gouwe, als ze het over de Gouwe-gracht hebben, en over de ‘bui­ten’-Gouwe, wanneer ze de rivier buiten het centrum bedoelen).
Op de oude foto van Henri de Louw, genomen in het jaar 1881, ligt een vrachtschip aan de kade van de Hoge Gouwe. Het is niet ondenkbaar dat dit schip grondstof aanvoerde of gerede produkten afvoerde bij de stroopfabriek. Die was daar in de 19de eeuw gebouwd door de in­dustriëlen Schoneveld van der Cloet en Westerbaan. Het pand werd opgetrokken op het terrein waar de oudkatholieke kerk ‘de Tol’ stond, ooit gesticht door kapelaan Willem de Zwaan. In 1830 werd deze kerk opgeheven.
Het initiatief van Van der Cloet en Westerbaan leidde later tot oprichting van de Goudsche Stroopfabriek en, later, van de Kaarsenfabriek. Een houten gevel-symbool, dat een zwaan voor-stelde, heeft lange tijd het vervallen pand van het fabriekscomplex gesierd. Kort voor de af-braak van het pand, eind jaren zestig, werd het gestolen – naar sommigen menen door een be­neveld lid van de Goudse kunstenaarsvereniging Burgvliet. Het is nooit meer teruggevonden… Op de vrijkomende plek verrees vervolgens het pand van het Gewestelijk Arbeidsbureau. Niet lang geleden werd dit pand verlaten, omdat het GAB naar een groter onderkomen verhuisde. De Rijksdienst der Domeinen verkocht het daarna aan de meestbiedende.
Rechts op de foto van Henri de Louw is het begin van Achter de Vismarkt te zien – met op de linkerhoek het pand, waar in de 16de eeuw één der fameuze gebroeders Crabeth moet hebben gewoond.
In het smalle pandje, waar op de foto een pijpmaker bij zijn manden poseert, moet volgens de opvallende theorie van de (overleden) Goudse pijpfabrikant Goedewaagen, eens de beroemde Engelse schrijver/dichter Shakespeare hebben gewoond!
Goedewaagen heeft over die merkwaardige theorie een door velen aangevochten studie doen verschijnen. Omdat Shakespeare’s graf in Stratford upon Avon leeg is, en Shakespeare zijn roddel- en spilzieke vrouw wilde ontvluchten, zou hij onder valse naam, met een groep Engelse soldaten, naar Holland zijn gevaren.
Vervolgens zou hij zich, met een nieuw-verworden identiteit, in Gouda hebben gevestigd in het pandje rechts op de foto. Een van Goedewaagen’s bewijzen voor zijn nooit bewezen theorie: De gevluchte ‘Shakespeare’ voerde in Gouda als merk voor zijn pijpen de Engelse Tudorroos! Overigens waren langs de (binnen)Gouwe niet alleen vele pijpmakerijen gevestigd. Dat gold ook voor beu rtvaartschippers, die op Leiden, Amsterdam, de Zaanstreek – maar ook naar Bode-graven, Zwammerdam, Dordrecht, Haarlem en Rotterdam voeren.
Oude Gouwenaars kennen nog wel de namen van de bargediensten van G. Ouweneel, T. de Hoog, J. van Aalst, Jac Smit, W. Jongeneel, W.J. van Eijk en T. van Xanten. Aan de Kattensin­gel zat voorts lange tijd transportondernemer Rodenburg.
Later, toen de scheepvaart ging kwijnen en de vrachtwagens de transporttaak overnamen, ver­dwenen de beurtschippers van de Gouwe. Lange tijd zat ook het van oorsprong Gouds bedrijf ‘Gouda’s Glorie’ in diverse bedrijfspanden aan de Lage Gouwe. Toen deze producent van mar­garine en spijs-olie fors in omvang groeide, verhuisde men naar Lopik. Datzelfde gold voor si­roopwafelfabriek Adéko – ooit aan de Lage Gouwe gevestigd, en later verhuisd naar Stofwijk. Hedentendage krijgen vele voormalige fabriekspanden weer hun functie van weleer, en worden ze successievelijk verbouwd tot woonhuizen. Daarmee is, in historische zin, de cirkel weer rond.