34 Bleekersingel

rew up ff
Blekersingel
34

Bleekerssingel

‘Het Wapen van Amsterdam’ is de enige (voormalige) blekerij, die nog aan de Blekerssingel is gevestigd – al dreigt ook hier de slopershamer.
In vroeger tijden waren dat er veel meer – aanleiding om deze singel tussen Bolwerk en Tiendeweg de naam Blekerssingel te geven.
De reden waarom juist wasserijen en blekerijen zich oudtijds bij voorkeur aan de singels vestig-den, mag algemeen bekend worden geacht.
Gouda had (toen) zuiver water, in de veenderijen rond Gouda was voldoende turf aanwezig om de ketels van de blekerijen te stoken. En steden als Gouda, Rotterdam en Amsterdam leverden voldoende klanten op, die hun was de deur uit deden. Via beurtvaartschippers, die over de Gouwe en IJssel Gouda gemakkelijk konden aandoen, was een snelle aan- en afvoer gegaran­deerd.
Uit de inventaris van het oud-archief van Gouda blijkt dat de naam ‘Bleijckers Cingel’ al in 1645 werd genoemd. Tevoren, in het jaar 1461, werd deze stadsgracht gewoon aangeduid met ‘Cin­gel – tusschen Tiendewechtspoert en de Cleywechtspoert’. Dat blijkt uit de Regestenlijst van het Weeshuisarchief.
De Goudse historicus dr.A.Scheygrond vermoedt dat de singelgrachten, die in de 14de eeuw werden gegraven, waarschijnlijk verbrede sloten zijn, die destijds het boerenland buiten de stad doorsneden. Hij maakt daarbij een uitzondering voor de Turfsingel en de Blekerssingel, ‘omdat die de oorspronkelijke verkaveling doorbreken’. Zich baserend op een mededeling van 14 mei 1660 in het Trouwboek, vermoedt hij dat de kade langs de singel aanvankelijk Bleekerscade heette.
Aan het begin van de twintigste eeuw lagen aan de Kattensingel, Blekerssingel en Fluwelensin- gel vele wasserijen en blekerijen. Nabij ‘Het Wapen van Amsterdam’ (dat op de nominatie staat om te worden afgebroken, om plaats te maken voor appartementen) lag in die tijd ‘De Groote Zwaan’.
Niet alleen de wasserijen vielen in ’t oog. De woonhuizen Blekerssingel nr 55 en 57 vorm(d)en eveneens markante panden. De ramen op de parterre van die statige huizen worden nog steeds bekroond met stenen koppen, die vooraanstaande personen uit de geschiedenis van de Zuidafrikaanse Boeren-republieken verbeelden.
Dat is wel verklaarbaar, omdat de bouw van die huizen plaats had, toen de Tweede Vrijheids­oorlog in Transvaal aan de gang was. Daarom bekronen de kop van president M.Th. Steyn (Oranje-Vrijstaat), president Paul Kruger (Transvaal), veldcommandant Piet Retief en commandant-generaal P.J. Joubert de vensterbogen. De koppen zijn vormgegeven door het Gouds stukadoorsbedrijf Idenburg.
Overigens was Paul Kruger geen onbekende in Gouda. Want toen hij in november-1900 naar Europa vertrok om steun te krijgen voor zijn strijd tegen het machtige Engeland, bracht hij ook een bezoek aan Gouda.
Dat was toen Kruger vanuit Keulen per trein naar Den Haag reisde. Hij reed via Zevenaar, Arn­hem, Utrecht naar Den Haag – waarbij de trein korte tijd in Gouda stopte.
Toen kort tevoren dit reisplan uitlekte, besloten in totaal veertig Goudse verenigingen gehoor te geven aan de oproep van het bestuur van de vereniging Volksweerbaarheid om Kruger bij lijn aankomst in Gouda in te halen.
Burgemeester R.L.Martens en voorzitter J.J.Prins van Doesburg van de Volksweerbaarheid besloten het woord te voeren. Toen Kruger op de bewuste dag per trein het Goudse station binnenreed, speelde het muziekkorps van de schutterij het Transvaalse volkslied, dat door duizenden Gouwenaars werd meegezongen. Vier maanden later werd Kruger in Gouda nogmaals geëerd – met de naamgeving van de Krugerlaan die nog steeds, ondanks gewijzigd politieke inzichten, dezelfde naam draagt.
Terug naar de Blekerssingel. Op de plek waar nu rotisserie I’Etoile is gevestigd, woonde aan het begin van onze eeuw de bekende rijksveearts E.Overbosch, en daarna zijn zoon – de dierenarts dr.H.W.Overbosch. Het ging toen om een woonhuis met aan de zijkant een halfronde ommuurde tuin. Later werd de tuin bebouwd en verleende I’Etoile zijn kenmerkende halfronde erker, die nog immer uitzicht biedt op het Kleiwegplein.
In de 18e en 19e eeuw hadden veel vermogende Gouwenaars aan de Blekerssingel hun tuinen, soms voorzien van prieel of tuinhuis.
De tuinen, fraai aangelegd en voorzien van fruitbomen en sierbeplanting, dienden als plaats voor aangenaam verpozen. In voorjaar en zomer werden de lusthoven gebruikt voor wandelin­gen, terwijl in het prieel de middagthee werd genuttigd.
Historicus Ignatius Walvis vermeldt in zijn geschiedkundig boek over Gouda, dat die tuinen door vagebonden werden gebruikt als plek om zich schuil te houden. Dat probleem verdween, toen er uiteindelijk aan de Blekerssingel woonhuizen kwamen. De tuinen maakten toen plaats voor de aanleg en bebouwing van de Boelekade.