35 Turfsingelgracht

rew up ff
Turfsingelgracht
35

Turfsingelgracht

De Inventaris van het Oud-Archief van Gouda vermeldt al in het jaar 1745 de naam Turfsingel – al is deze gegraven gracht rond het oude centrum al van veel ouder datum. Want in de regestenlijst van het archief van de Sint-Janskerk staat in het jaar 1462 te lezen: ‘de Cingel tussen de Dijckspoert ende Potterspoert’, waarmee eveneens de latere Turfsingel werd bedoeld.
Toen op last van prins Willem I van Oranje in 1577 de eerste permanente Mallegatsluis tussen IJssel en Turfsingel werd gebouwd, werd de singel een belangrijke route voor geheel Holland. Want vanaf dat tijdstip konden oorlogsschepen van de Zeven Vereningde Nederlanden immers van Rotterdam snel naar Amsterdam, door via de Mallegatsluis, Turfsingel naar de Gouwe te varen. Die ‘korte route’ werd daarom alleen toegestaan aan zogeheten gecostumeerde vaarten – een Oudhollandse aanduiding voor schepen met overheidstoestemming: oorlogsvaartuigen, en schepen met krijgs- en mondvoorraad.
De gewone handelsschepen moesten dus ook na 1577 de lange en moeizame route dwars door de stad nemen – via de (huidige Oost- en West-)Haven en (Hoge/Lage) Gouwe. Die binnensteedse route kostte minstens 30 uur oponthoud, vanwege het gedwongen passeren van diverse sluizen. Dit systeem leidde ertoe dat veel schepelingen alle tijd hadden om in de stad inkopen te doen, en dat beoogde het Goudse stadsbestuur dan ook.
Pas na 1598 werd het varen buitenom toegestaan – na herhaaldelijk aandringen van Rotterdam en Amsterdam, steden die waren gebaat met een snelle verbinding.
De naam van de Turfsingel is ontleend aan het feit dat hier oudijds vele turfschuren stonden. Daarin werd de turf opgeslagen, die in de streek rond Gouda werd gestoken – en die was bestemd voor de ovens van de Goudse bierbrouwerijen, pottenbakkers, aardewerk-ateliers en blekerijen.
De turf werd ook voor andere doeleinden in de schuren opgetast. Want op last van de Staten van Holland ging er veel turf uit Gouda’s omgeving naar de garnizoenen – waarbij eerst opslag aan de Turfsingel nodig was.
Op de oude foto, die Henri de Louw in mei-1881 aan de Turfsingel maakte, staan links enkele houten opslagruimten. Die maakten deel uit krijtfabriek Vingerling – een bedrijf dat enige jaren geleden naar Haastrecht verhuisde en daar nog steeds floreert.
Niet ver van Vingerling was vroeger de Goudsche Machinale Garenspinnerij aan de Turfsingel gevestigd – in 1861 opgericht door J. Kortenoever, G.Prince en C.Straver. In 1917 brandde het complex af, dat vervolgens werd herbouwd – en nu in gebruik is als sociaal-cultureel centrum. Rechts op de oude foto staat molen ‘de Roode Leeuw’, die na een recente restauratie een nieu­we toekomst kreeg – en heden ten dage markant middelpunt vormt van het in omvang groeiend binnenhavenmuseum.
Langs de Turfsingel stonden in vroeger tijden overigens diverse molens. Zo stond tussen Turfsingel en Vest oudtijds walmolen ‘de Korenbloem’, die in 1751 werd gebouwd en in 1949 afbrandde en vervolgens werd gesloopt.
Aan de linker oever van de Turfsingel, schuilgaand achter het geboomte op de foto, stond vroe­ger nog een molen. Dat was de trasmolen ‘St.Joseph’, onderdeel van aardewerkfabriek en pot­tenbakkerij Corns.Jonker Zoon. In die molen werd tras, een vulkanisch tufgesteende, gemalen. Dat werd gebruikt om mortel ofwel metselspecie zuurbestendig te maken.
Vandaag de dag worden steeds vaker oude panden langs de Turfsingel (en andere singels) af-gebroken, om plaats te maken voor nieuwbouw.
Vaak wordt de nieuwbouw een of twee verdiepingen hoger opgetrokken, dan de voorgaande panden. Vaak wordt ook afgezien van schuine daken, en kiest men voor het fantasieloze doosmodel.
Juist die aanpak maakt dat de singels stukje bij beetje de charme verliezen, waardoor ze eeu­wenlang werden gekenmerkt.