39 Sluis aan de kap

rew up ff
Sluis
39

Sluis aan de Kap

Slechts weinige Gouwenaars zullen deze oude foto weten te plaatsen in het huidig stadsbeeld. Zelfs op het Gouds gemeentearchief kon men de uit 1881 daterende winterse foto niet thuisbrengen.
‘De Kap’ is dan ook een term, die nog maar nauwelijks wordt gehanteerd. De echte Gouda-kenners weten echter te vertellen, dat het de naam is van een buitencafé. Het stond vroeger op de kop van de Zuidelijke Steijnkade, nabij de hoek van de Karnemelksloot. Het witte hoek-huis, dat vandaag de dag op die plek staat, geeft nog ongeveer de rooilijn aan. De echte naam van dat café buiten de stadswallen was Cap Bon Esperance, een naam die van vertrouwen in de toekomst getuigde.
Over de herkomst van de naam Steijnkade zijn de deskundigen verdeeld. Oud-gemeentesecretaris G.J.J.Pot meende dat de kade zou zijn genoemd naar het land van Stein (Steijn). Stein behoorde tot in de 14de eeuw tot de heerlijkheid Haastrecht – maar was door de proost van het kapittel van Oudmunster in pacht gegeven aan de Heren van der Goude. In 1329 was Stein een zelfstandige heerlijkheid en werd toen als zodanig verkocht aan Jan van Beaumont, heer van der Goude. Diens opvolgers verkochten het Land van Stein in 1438 aan de stad Gouda. Tot zover de ene verklaring voor de naam Steijn ofwel Stein. Historicus dr.A.Scheygrond echter stelt in zijn boek ‘Goudsche Straatnamen’ dat de Steijnkade ook kan zijn vernoemd naar Marthinus Theunis Steijn, de laatste president van de Oranje-Vrijstaat (1857-1916). Voor geen van beide visies zijn er harde bewijzen.
Hoe het ook zij, de Steijnkade maakt niet alleen op de oude foto van Henri de Louw, maar ook nog hedentendage, een zeer landelijke indruk.
Het grootste deel van deze kade langs de Breevaart is nog steeds onbebouwd, en maakt in feite deel uit van de Kleikade – hetgeen ook geldt voor de Krugerlaan. De Breevaart zou al in 1345 zijn gegraven, en liep in vroger tijden door tot aan de Hollandsche IJssel.
Het door Henri de Louw in 1881 gefotografeerde sluisje aan het begin van de Voorwillens heef tot circa 1961 bestaan. In 1960 werd het nog gefotografeerd door Gouwenaar W.G.Janssen, (oud)portier van politie, en kenner van zijn stad.
Het stenen schutsluisje vormde de verbinding tussen de polder Willens en de Breevaart. Dat het om een oud waterstaatkundig bouwwerk(je) gaat, blijkt wel uit het feit dat hetzelfde sluisje reeds staat aangegeven op de landkaart van Douw en Van Brouckhuysen uit 1678. Tussen 1961 en 1963 moest het sluisje wijken, omdat toen de Joubertstraat naar de Zwarteweg werd doorgetrokken. In datzelfde tijdvak werd aan het begin van de Krugerlaan het huidig ge-maal van de polder Willens gebouwd.
Oude Gouwenaars noemden vroeger het bouwwerkje ook wel: ‘t sluisje van Marrigje – als hom­mage aan de laatste sluiswachteres. Deze vrouwelijke sluiswachter was namelijk een bekende bij vele tuinders, omdat juist zij met hun scheepjes vaak de sluis passeerden – op weg naar de stad.