41 Markt Regenboog

rew up ff
Markt 4
41

De Regenboog

Vandaag de dag wordt ‘De Markt’ gebruikt als straatnaam voor alle wanden van het Marktplein rond het stadhuis.
Vroeger was dat wel anders. Toen heette het Marktgedeelte tussen Hoogstraat en Stoofsteeg: ‘De Regenboog’.
De Marktzijde aan de kant van Jamin, dus de westrand, heette ‘Coeystrate’, omdat daar het vee werd aangevoerd. Langs die zijde stond in vroeger tijden dan ook de ‘pael’, waaraan slachtvee ter keuring werd vastgebonden.
De Marktwand waarvan nu Hage onderdeel uitmaakt, kreeg oudtijds de aanduiding ‘Botermarkt’ mee – omdat daar melk, boter en kaas werden verhandeld. Maar in de 14de tot 16de eeuw werd die naam ‘Botermarkt’ ook naar believen afgewisseld met ‘In den Delle’ of ook: ‘D’oudelle’. In die laatste naam is het woord ‘dal’ (of: ‘del’) nog herkenbaar – een aanduiding voor een dal, del of laaggelegen terrein.
De namen ‘Regenboog’ en ‘Botermarkt’ waren het hardnekkigst, want zelfs tot in het begin van onze eeuw kwamen ze nog herhaaldelijk voor – in adresboeken, in stede-atlassen en op stads-plattegronden.
Vanzelfsprekend is de naam ‘Markt’ de alleroudste – die naam komt al voor in het jaar 1368, in de boeken van de Leenkamer Holland, en dan als :’Marctvelt’.
De herkomst is duidelijk: nadat Gouda stadsrechten had verkregen, kreeg de nog prille stad een groeiend inwonertal, die grotere eisen gingen stellen op economisch en stedebouwkundig gebied. Eén van die eisen was de aanleg van een ‘markt’, waar vraag en aanbod elkaar op geïnstitutionaliseerde wijze konden ontmoeten.
Vandaar dat graaf van Blois in 1395 een driehoekig moerassig stuk grond aan de gemeente Gouda verkocht, min of meer in het centrum van de toen omwalde stad gelegen: ‘die polre int marctvelt’.
De naam ‘Regenboog’ is gemakkelijk te verklaren: De glooiend verlopende gevelrij maakte die bijnaam gemakkelijk.
Op één van de alleroudste foto’s ooit in Gouda gemaakt, werd in 1867 door fotograaf Jeróme Kiebert (1843-1889) staat een stuk Regenboog minutieus afgebeeld.
Jeróme Henri Kiebert werd op 11 oktober 1843 te Oude Wetering geboren. Als prille 20-jarige vestigde zich op 22 januari 1863 te Gouda – en wel op de hoek van de Karnemelksesloot (zoals die straat toen nog heette) en de Eerste Kade.
Vier jaar later, op 1 augustus 1867, verhuisde Kiebert naar de Markt/hoek Korte Groenendaal. Op 28 mei 1888 vertrok hij vanuit Gouda naar Amsterdam. Zijn bedrijf werd toen overgenomen door Charles van Kervel.
Jeróme Kiebert werd vervolgens op 15 mei 1888 in het bevolkingsregister van Amsterdam inge­schreven, te zamen met zijn vrouw en vier kinderen: twee dochters en twee zoons. Zijn vrouw heette Louise Petronella Messemakers. Hij vestigde zich daar aan de Van Woustraat 70. In ja­nuari 1889 verhuisde hij naar de Jan Steenstraat 197, waar hij op 15 februari 1889 overleed. Op 18 oktober 1889 overleed zijn jongste dochter. En op 24 december 1890 stierf zijn oudste dochter, die onderwijzeres was. Zijn vrouw schoot dus over met twee zoons. Bij de drie overge­blevenen van het gezin-Kiebert stond geen beroep vermeld. (Trouwens, ook van Kiebert zélf stond, tijdens zijn verblijf in Amsterdaam, geen beroep opgetekend).
Voor de hedendaagse beschouwer van zijn foto’s van Jeróme Kiebert is het dus grappig te we-ten, dat deze vroege fotograaf – in de tijd dat dit beroep nog de magie van het nieuwe had – in 1867 vrijwel recht tegenover zijn woonadres zijn loodzware platencamera hanteerde.
Die apparatuur werd gekenmerkt door moeizame verplaatsbaarheid. De platen in de camera vereisten lange belichtingstijden. Logisch, dat op die alleroudste foto’s van Gouda nauwelijks mensen of dieren te zien zijn – die konden immers met de trage sluitertijden niet ‘gevangen’ worden.
Kiebert’s foto van ‘De Regenboog’ toont een recht-vooruit gefotografeerde gevelwand van in totaal zes panden.
Met enige goede wil zijn ze ook vandaag de dag nog wel herkenbaar. Want vanaf rechts gere­kend (de Stoofsteeg) staan op de huidige plaatsen: Livera (op de hoek), daarnaast café-restaurant ‘Central’, daarnaast Chinees-Indisch restaurant ‘Wan Hsin’ (voorheen: Schuttelaar), daarnaast restaurant ‘Meat Point’ (voorheen ‘Old Dutch’), vervolgens ‘de Goudsche Courant’, en tenslotte ‘Arti Legi’.
‘Livera’ (vooraf gegaan door kruidenier ‘Simon de Wit’) en ‘Central’ hebben helaas hun kenmerkende oudhollands tuitgevels verloren, evenals de klassieke raamverdeling, compleet met halfronde ontlastingsbogen, kleurige banden van metselsteen, fraaie muurankers en kleine ruitjes.
Van de overige vier panden aan de Regenboog zijn ook nu nog wel overeenkomsten met de situatie van één en kwart eeuw geleden traceerbaar. Al zijn ook bij die huizen veel mooie details
verdwenen