44 Wijdstraat

rew up ff
Markt 7
44

Wijdstraat, hoek Kerksteeg

Eén van Gouda’s oudste plekjes is de hoek van de Wijdstraat en de Kerksteeg. De naam Kerksteeg houdt, vanzelfsprekend, verband met de toegangsroute tot de Grote of St.-Janskerk. In de Regestenlijst van het Weeshuisarchief wordt deze straatnaam al in 1359 genoemd (als: Kerkstraat) en vervolgens in 1394 als Kerksteeg (in de Inventaris van Oud-Archief van de Ge­meente Gouda).
De Wijdstraat is een straatnaam, die eveneens al eeuwenlang in gebruik is. In het jaar 1334 vermeldt de Regestenlijst van het Weeshuisarchief de Twistrate, waarmee oudtijds het begrip ‘tweesprong’ werd aangeduid. Al in de 15de eeuw was die naam tot Wijdstraat verbasterd. Maar wie de moeite doet om oude adresboeken van Gouda door te bladeren, stuit ook op nog weer andere verbasteringen, zoals: Waaistraat, Twijstraat, Wijdestraat, en ’t Wijstraat. De variant Twaaistraat kwam zelfs nog voor in het officiële bevolkingsregister van 1900-1922. Wie vandaag de dag de Wijdstraat passeert, merkt tot zijn blijdschap dat het sigarenmagazijn van D.G. van Vreumingen, opgericht in 1836, en dus inmiddels al ruim anderhalve eeuw oud, nog steeds in gebruik is. Ook het pand op de hoek van de Wijdstraat en de Kerksteeg is nog immer van dezelfde monumentale allure als het jaar, waarin de oude foto van Jeróme Kiebert (ca 1867) werd genomen.
Wijdstraat 26 is een bijzonder monument, beschermd door de rijks monumentenwet. In het bijbehorend rijksregister staat het pand als volgt omschreven:
„Monument op de hoek Wijdstraat/Kerksteeg. Zestiende eeuw ? Gepleisterde lijstgevel (voorzijde) uit de eerste helft van de 19e eeuw. Gewijzigd in het derde kwart van de 19e eeuw en gepleisterd. Zijgevel in de Kerksteeg overkraagt de verdieping op houten consoles”.
In de eigendomsverhoudingen heeft het pand Wijdstraat 26 ook een bonte historie. In zijn huidi­ge staat is het complex gerestaureerd door eigenaar Kai Peng Leng, die er in het vorig decen­nium zijn Chinees-Indisch restaurant vestigde. Dat was het tweede, want tevoren zat op dezelf­de plek het chinees restaurant van de heer K.C. Lei, die het huis had verkregen van eigenaar Klaas Hagoort, een koopman uit België.
Die verbinding met België had een reden. Want het markante hoekhuis was vele jaren in ge­bruik geweest als factorij van de onderneming Van Gend & Loos – ook al van oorsprong uit Bel­gië afkomstig.
Want het was Pierre Joseph Hypolite Colignon, expediteur te Antwerpen, die het pand in 1898 kocht van de Goudse winkelier Karel de Vries. In 1902 verliet de toenmalige bewoonster het huis, waarna het geheel als expeditiekantoor in gebruik werd genomen.
De heer de Vries was 40 jaar eigenaar geweest. Hij had in 1863 het pand gekocht van Christiaan Matthij Borsteegh, die er een slijterij uitoefende. Borsteeg had op zijn beurt het complex verworven tussen 1830 en 1840 van de erven van Salomon Sanders, die het in 1806 kocht van de dames De Mol.
Het ging daarbij om Pieternella de Mol, getrouwd met Willem Spruijt, en Ida Alida de Mol, wedu­we van Francois van Bovene.
In het begin van die vorige eeuw had het pand ook een naam. Dat was vroeger vaker het geval, in de tijd dat slechts weinig mensen konden lezen – en er gebruik werd gemaakt van gevelste­nen en uithangborden met fraaie voorstellingen.
Het bewuste hoekhuis heette toen ‘Den vergulden Toelast’. Die naam is zeer oud, want al in het verre jaar 1641 duikt ook die naam op. In dat roemruchte jaar worden als verkopers vermeld: de erfgenamen van Gerrit Donker en zijn vrouwe Baeffgen Aertsdochter. Op hetzelfde pand ‘Vergulde Toelast’ was in die tijd een rente gevestigd ter grootte van drie Engelse nobelen per jaar. Daarvan vielen er twee toe aan de Heilige Geest, een instelling belast met armenverzorging, en één aan de kinderen van Gerrit Dirkszoon de Vrije. Ene Bartholomeus Jacobszoon Verrijs loste op den duur deze ene Nobel af door betaling aan Catharina de Vrije en Maria Goedewaagen, op dat moment de twee rechthebbenden. Verrijs kocht in zijn tijd de ‘Vergulde Toelast’ voor de (destijds) imposante som van 3000 gulden. Die-zelfde prijs werd ook bij de verkoop in 1729 gehanteerd. Later, in het jaar 1806, toen de gulden in waarde zakte, ging het pand in de verkoop voor een magere 1200 gulden. Welke de herkomst is van de naam ‘Vergulde Toelast’ bleek niet te achterhalen. De ‘Van Dale’, het groot woordenboek voor de Nederlandse taal, geeft als verklaring van het woord ‘toelast’: groot wijnvat – nog voortlevend in de naam van herbergen en hotels.

Waarschijnlijk diende Wijdstraat 26 dus als slijterij ca herberg.