46 Bordes Stadhuis

rew up ff
Stadhuis
46
Bordes van het stadhuis (1)

Het Goudse stadhuis, één van Nederlands meest gefotografeerde monumenten, dateert van het ver voorbije jaar 1448. Over een jaar of wat kan dus het 550-jarige bestaan worden herdacht.
Vaak blijven beschrijvingen van het stadhuis steken in toeristische algemeenheden en jaartallen-reeksen. Die staan bijvoorbeeld nog eens overzichtelijk vermeld in een folder, die be­schikbaar is voor stadhuis-bezoekers, samengesteld door ‘Die Goude’.
Aardiger is het om eens stil te staan bij de achtergronden, die destijds een rol speelden bij de bouw van het stadhuis. En bij de argumenten, die werden gebruikt om in de loop der eeuwen het fraaie laat-gotische pand te verbouwen.
De Nederlandse vereniging van Architecten heeft dat alles in 1896 uitvoerig op schrift gesteld. Het gaat daarbij vooral om een architectonisch-gerichte studie, die destijds werd gepubliceerd in het blad ‘De Architect’.
Dat specialistisch blad is bij velen onbekend. Reden om in dit boekje ‘Gouda, toen en nu’ uit­voerig uit dit blad te citeren.
Auteur W. Kromhout Czn, zelf architect, schrijft dan als volgt:
„De stichting van het Goudse stadhuis valt na de grote brand van 1435, die het grootste deel van Gouda verwoestte en ook het oude stadhuis, dat toen op de Gouwe stond, veel had doen lijden. Reeds in 1435 kochten de regeerders van de stad van Graaf Guy van Blois het marktveld, toen nog eene moerassige weide, om daarop ‘een raethuys, wanthuys ende vleyshuys te timmeren, also groot als ‘t die stede oirbaar ende nut dunckt te wezen’, welke grond men gedurende vele achtereenvolgende jaren met puin en klei heeft opgehoogd.
De moeilijkheid evenwel in die dagen om geld te vinden, heeft de bouw van een nieuw raadhuis uitermate vertraagd. Eerst in 1448 kon met de voorbereidende werkzaamheden van de bouw een aanvang worden gemaakt. Terwijl uit oude stadsrekeningen blijkt, dat pas in 1459 de toren (spits) werd opgetrokken, en het gehele raadhuis wellicht in 1450 werd voltooid.
De inwendige verdeling bestond uit een benedenplein voor de burgerwacht en de vierschaar, met een officiers- en schoutenkamertje bij het inkomen aan de rechterhand darnaast. Verder vond men de trap rechtuit opgaande, een bovenplein, ter rechterzijde daarvan de schepenmeester- en schepenkamer en aan het einde de burgemeesterskamer, met een kabi­net of spreekkamertje. Op de tweede verdieping: uit een plein ter rechterhand had men ter lin­kerzijde de politiekamer en het tweede vertrek der secretaris. Vóór zich de secretarie zelve, en links daarvan de weeskamer. Over de trap was de tresorie en in het voorste gedeelte werden de civiele gijzelingkamer en de vertrekken van de concierge of stadsbode gevonden.
Een stenen en op kolommen rustend schavot is niet gelijktijdig met het raadhuis zelf gebouwd. Het dagtekent eerst van het jaar 1560. Dit oudste schavot stond eertijds bezijden het stadhuis, tegen de schepenkamer opgericht. In de jaren 1544 en 1647 werd besloten dit schavot weer af te breken en van hout te maken. Dat rood geverfd straftoneel werd toen achter het raadhuis, en niet aan de zijkant, opgeslagen. In 1697 werd pas de openbare strafplaats gemaakt, die zich nu nog achter het stadhuis bevindt en waarvan de benedenruimte zodanig werd ingericht, dat deze ook voor korenbeurs kon dienen.
Aan deze korenbeurs grenst de boterhal, een overwelfde ruimte, die bij de oorspronkelijke bouw behoort. De aanleg daarvan is zeer kunstig. Hoewel in de loop van de tijden zwaar overgekalkt en geschilderd, is dit gedeelte niettemin nog het meest intakt gebleven van de oor­spronkelijke toestand. In het midden van elk gewelf bevindt zich een zeshoekige sluitsteen, waaronder een schild, waarvan de wapens destijds met bijster veel zorg zijn weggekapt. De twee openingen tussen de oude korenbeurs (thans dient deze ruimte tot berging van allerhande zaken) en de boterhal waren ook oorspronkelijk aanwezig, getuige de gotische profileringen der dagzijden.
Aan de rechtervleugel, bij de stoep, bevindt zich een pui, die mede van den aanvang van de bouw van het stadhuis af bestond”.